HomeReintegratieIk wil meer wetenTrainingen > Work-Aut> Prikkelarme versie
 

Work-Aut

Arbeidstoeleidingstraject voor mensen met een autismespectrum- of aandachtstekortstoornis

 
Doel
Mensen met een normale intelligentie of mensen die hoogbegaafd zijn met een autismespectrumstoornis (PDD-NOS, het Syndroom van Asperger, etc.), en mensen vallend onder het spectrum van aandachtstekortstoornissen (ADHD, ADD, etc.) door middel van een op arbeid gericht trainingsprogramma, gecombineerd met een praktijkplaats, bemiddelbaar maken.

Omschrijving
Voor normaal of hoogbegaafde autisten is de afstand tot de arbeidsmarkt vaak zo groot dat zij niet of nauwelijks te bemiddelen zijn zonder vooraf een intensief voortraject te hebben gevolgd. Autisme is een handicap met vele gezichten en het is een handicap die niet meteen zichtbaar is. Het anders-zijn van mensen met autisme gaat vaak schuil achter een gewoon uiterlijk, maar wie samenleeft of samenwerkt met iemand met autisme, merkt al gauw dat autisme fundamenteel ingrijpt in het leven van en met die persoon, hoe subtiel het autisme ook aanwezig is. De andere manier van denken en reageren van mensen met autisme is een handicap in onze samenleving. De oorzaak daarvan is gelegen in het feit dat onze samenleving net die vaardigheden waardeert die bij mensen met autisme minder ontwikkeld zijn zoals: flexibiliteit, invoelingsvermogen en sociale knowhow. Doordat de stoornis zich in vele gradaties en varianten voordoet, bestaat er niet zoiets als typisch autistisch gedrag. Dit bemoeilijkt de (h)erkenning. Bij mensen met autisme ontbreekt ķets, maar dat iets is onzichtbaar. Bovendien proberen mensen met autisme, net als andere mensen met een beperking, ook hun handicap te compenseren en te camoufleren. Ze ontwijken te moeilijke situaties, vallen terug op aangeleerde scenario's, lossen problemen op door middel van alternatieve strategieën, ontwikkelen trucs om zo normaal mogelijk over te komen, verbergen tekorten achter een spectaculaire feitenkennis of een specifieke vaardigheid. Autisme is een indringende handicap die vaak verhindert dat de persoon functioneert op het niveau van de aanwezige verstandelijke mogelijkheden. Toch is een gedeelte van de normaal- of hoogbegaafde autisten in staat om betaalde arbeid te verrichten, vaak omdat ze zich hebben bekwaamd in een splintervaardigheid, b.v. goed kunnen rekenen, een genie zijn op het gebied van automatisering, etc. Niet de beroepsvaardigheden dan wel de vereisten op de werkplek op het vlak van sociale relaties zoals, gedrag tijdens pauzes, omgang met collega's en de communicatie, vormen een probleem. Naast het autismespectrum kennen we ook het spectrum van aandachtstekortstoornissen zoals ADHD, ADD, ADHD-NOS en het overwegend hyperactief-impulsief type. Hoewel dit niet onder de noemer autisme valt, hebben mensen met aandachtstekortstoornissen in bepaalde opzichten vergelijkbare problemen, onder andere met het inrichten van hun omgeving en werkzaamheden. Als het gaat om aandachtstekortstoornissen kan men door de verscheidenheid in de uitingsvormen ook spreken van een spectrum, afhankelijk van waar het accent ligt: hyperactief, impulsief, aandachtstekort. Om problemen waar mensen met voornoemde beperkingen mee geconfronteerd worden gedeeltelijk weg te nemen of op een acceptabel niveau te brengen, heeft Toeleiding naar Arbeid een intensief arbeidstoeleidingstraject ontwikkeld.

Training arbeidstoeleiding
De groepstraining arbeidstoeleiding is onderverdeeld in vier blokken. Naast de groepstraining krijgt de cliënt individuele ondersteunende gesprekken met een vaste consulent arbeidstoeleiding. Deze bewaakt het gehele ontwikkelingsproces en de doelen en gebruikt de trainings- en praktijksituaties als uitgangspunt voor de individuele begeleiding. De training ziet er als volgt uit:
  • Acceptatie van de handicap:
    Voor veel mensen met een autismespectrumstoornis of een aandachtstekortstoornis is het moeilijk om hun handicap te accepteren en te onderkennen. Of men lijdt aan zelfonderschatting of aan zelfoverschatting, of men weet niet hoe met de handicap om te gaan. Tijdens dit gedeelte leert de cliënt in stappen het anders-zijn en het niet meer raar vinden van dit anders-zijn te accepteren, de handicap te benoemen en daardoor gemakkelijker met zichzelf en de beperkingen om te gaan. Vanuit de algemene uiterlijkheden en innerlijke kenmerken wordt er toegewerkt naar het functioneren van het menselijk lichaam en de specifieke werking van de hersenen. Van daaruit wordt er toegewerkt naar het autismespectrum en het spectrum van aandachtstekortstoornissen, de verschillende verschijningsvormen en kenmerken van de cliënt zelf en waaruit het speciaal (dus anders)-zijn bestaat en hoe daarmee omgegaan wordt door de cliënt. Door herkenning bij anderen en bij zichzelf leert de cliënt het anders-zijn, dus de handicap, te accepteren en er op een andere manier mee om te gaan.
    Dit gedeelte wordt uitgevoerd d.m.v. een werkmap met praktische oefeningen, de methode "ik ben speciaal", huiswerkopdrachten met terugkoppeling naar de groep waardoor herkenning ontstaat, door videoherkenning en verschillende spelvormen.
  • Sociale vaardigheids- en assertiviteitsbevordering:
    Bij autisten ontbreekt het meestal aan voldoende sociale vaardigheden; zij weten niet of nauwelijks hoe zij zich moeten gedragen in het dagelijkse sociale verkeer. Vaak is het moeilijk hun deze sociale vaardigheden aan te leren. Het onvermogen om op een gepaste manier sociale relaties met anderen mensen aan te gaan, is het meest typerende kenmerk bij autisten. Er is echter geen eenduidige sociale afwijking bij autisten, eerder een reeks van veel voorkomende problemen in het omgaan met anderen, b.v.: niet reageren op mensen; onverschillig lijken; gebrek aan aandacht voor anderen; gebrek aan oogcontact; een tekort aan sociaal aangepast gedrag, zoals het maken van ongepaste en ogenschijnlijk onbeleefde opmerkingen; het onvermogen om vriendschappen te ontwikkelen; afzijdig blijven bij groepsactiviteiten, zoals pauzes; geen rekening houden met anderen; geen invoelingsvermogen hebben. Autisten hebben een gebrek aan sociale handigheid, omdat ze een verkeerde inschatting maken van de situatie en de samenhang niet zien, waardoor ze de bal steeds misslaan. Mensen met een aandachtstekortstoornis slagen er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maken achteloos fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten, lijken vaak niet te luisteren als zij direct aangesproken worden, hebben vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten, raken vaak dingen kwijt, worden gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels, zijn vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden, vermijden vaak taken die een langdurige geestelijke inspanning vragen.
    Door een intensieve en herhalende aanbieding van eenvoudige oefeningen, kunnen ze voor een deel leren wat er van hen wordt verwacht op het gebied van sociale omgangsvormen. Daarbij wordt uitgebreid aandacht besteed aan het omgaan met collega's en werkleiding, sociale situaties op het werk, het omgaan met pauzes, het vragen om nieuwe werkopdrachten als de cliënt een opdracht heeft uitgevoerd op het werk, etc. Dit gedeelte wordt uitgevoerd d.m.v. een werkmap met praktische oefeningen en huiswerkopdrachten, met terugkoppeling in de groep en simulatieoefeningen in de groep.
  • Themabijeenkomsten:
    Tijdens de themabijeenkomsten wordt er aandacht besteed aan onderwerpen waar mensen met een autismespectrumstoornis of met een aandachtstekortstoornis onvoldoende inzicht in hebben en waarbij zij problemen ondervinden.
    Enkele voorbeelden hiervan zijn: relaties met familie, vrienden en eventuele partner, vrijetijdsbesteding, structuur aanbrengen in de dag en het leven, het maken van keuzes, het stellen van doelen en hoe je deze uitwerkt, wonen en woonvoorzieningen.
  • Zelfanalyse benutte en onbenutte kwaliteiten:
    Mensen met een autismespectrumstoornis of met een aandachtstekortstoornis nemen dingen wel waar, maar ze kunnen dingen, mensen en gebeurtenissen niet goed met elkaar in verband brengen. Voor hen is de wereld een chaos, een wirwar van indrukken. Ze hebben moeite om de indrukken van binnen en van buiten een zinvolle betekenis toe te kennen, ze hebben een gebrek aan samenhang. Door hun moeite om betekenis te verlenen aan wat ze waarnemen, verwerven ze met moeite inzicht in hun omgeving en in zichzelf. Kwaliteiten en mogelijkheden die ze hebben onderkennen ze niet voldoende. De concrete problemen die mensen met voornoemde problematiek hebben zijn sterk verschillend, maar net als andere mensen, is iedere cliënt met deze beperkingen uniek. Ze hebben hun eigen persoonlijkheid, hun temperament, hun ervaringen, hun beperkingen, hun kwaliteiten en hun intelligentie. Door middel van persoonlijke geschiedschrijving, prestaties en topprestaties, aangeboden in eenvoudige te begrijpen opdrachten, onderzoekt de cliënt tijdens dit gedeelte, mogelijkheden en belemmeringen die worden ondervonden bij het functioneren in de maatschappij en voor het aanvaarden van werk. De cliënt maakt aan het eind van dit onderdeel een Curriculum Vitae, samengesteld aan de hand van de door de opdrachten verkregen gegevens. Verder wordt er gekeken naar de beroepswens van de cliënt en of deze reëel is. De cliënt krijgt informatie aangereikt over beroepen en branches en maakt een eenvoudige beroepskeuzetest, om te kijken waar interesses liggen. Tijdens dit gedeelte kan een beroepenoriëntatie, in de vorm van snuffelstages, plaatsvinden indien de cliënt onvoldoende inzicht heeft in bepaalde beroepen.

Groepsgrootte
De groep bestaat uit maximaal acht tot tien cliënten, met twee vaste trainers en voor iedere cliënt een vaste consulent arbeidstoeleiding.

Praktijkplaats
Het doel van de praktijkplaats is om de cliënt, gekoppeld aan de training arbeidstoeleiding, specifieke beroepsvaardigheden in de praktijk aan te leren en werkervaring op te laten doen. Wanneer de beroepswens duidelijk is en de cliënt beschikt over voldoende vaardigheden, dan wordt er parallel aan de groepstraining een praktijkplaats, voor maximaal 20 uur, aangeboden. Er wordt een plaats gezocht waar de cliënt zich in een veilige omgeving verder kan ontwikkelen. De cliënt krijgt een vaste consulent arbeidstoeleiding. Deze ondersteunt, begeleidt, coacht en stuurt bij daar waar noodzakelijk is. Op de praktijkplaats wordt een vaste begeleider gezocht, die zowel aanspreekpunt is voor de cliënt als voor de consulent. Er wordt op de praktijkplaats steeds gewerkt aan haalbare en duidelijk gestructureerde doelen. Om calamiteiten en uitval te voorkomen en om een begripskader te kweken, geeft de consulent arbeidstoeleiding voorlichting over het autismespectrum of over het spectrum van aandachtstekortstoornissen aan collega's en werkleiding. Praktijksituaties zullen steeds uitgangspunt zijn voor individuele begeleiding en tijdens de groepsbijeenkomsten. De consulent maakt een terugkoppeling over de vorderingen of belemmeringen op de praktijkplaats naar de trainers, zodat er een goede aansluiting is tussen praktijk en theorie. De consulent zal bij het zoeken naar een praktijkplaats steeds proberen deze om te zetten in een arbeidscontract.

Resultaat
De cliënt heeft een weloverwogen keuze gemaakt voor een beroep, heeft werkervaring opgedaan en weet wat er wordt verwacht op een werkplek. De cliënt is in staat om, met ondersteuning, gerichte actie te ondernemen om het uiteindelijke doel, een arbeidsplaats, binnen bereik te brengen.

Duur van het arbeidstoeleidingstraject Work-Aut
De training duurt gemiddeld 8 tot 9 maanden. Er vinden twee groepsbijeenkomsten per week plaats. Het gehele arbeidstoeleidingstraject Work-Aut, inclusief een praktijkplaats, neemt een jaar in beslag.
 
 Copyright © 2010 R95. Concept en creatie: Hello Darling